Over Aweida

Aweida

Dit is mijn Eerbetoon aan jou, Aweida

Op 2 december 2005 kwam je letterlijk op mijn weg midden in de woestijn. Ik kwam in die nacht naast je liggen en ik vroeg je in stilte of je met me mee wilde. Je keek voor je uit, herkauwend, maar toen ik je dat vroeg stopte je met herkauwen en je draaide je hoofd naar me toe en je keek me aan. Dat is goed, leek je te zeggen.

Later bleek dat je op mijn pad kwam wat de laatste tocht met Dalèl zou zijn …

Een echte Sinaï berg kamelin was je, de Sinaï woestijn was voor jou een peulenschil. Zand, bergpassen, klimmen, dalen … het was jou een biet. Met je neus duwde je me weg op een bergpas, moven Schröder, als ik te langzaam was naar je zin.

Aweida, je was nog jong, maar zo wijs en zo krachtig. Iedereen, mens en dier, was graag in jouw nabijheid. Je viel op … door je kracht, door je manier van Zijn … alsof je op een bepaalde manier boven alles en iedereen stond.

Je droeg het weten van het Kamelen ras in je

Onverstoorbaar was je als andere kamelen hapten naar je en je tegelijkertijd erkenden en volgden.
Onverstoorbaar met Liefde was je als andere kamelen troost bij jou zochten. Ook Musa en ik zochten troost en vrede bij jou in de avond dat een dierbaar iemand overleden was.
Je was gek op mensen, gek op kinderen vooral. Nieuwsgierig ook was je.

Aweida, wat was je mooi, prachtig, je vacht zo gaaf en zo zacht … Het is
onvoorstelbaar dat ik nooit meer jouw zachte neus zal voelen. Hoe vaak heb ik innerlijk wel niet jouw schoonheid bezongen. En hoe onmetelijk trots ik wel niet was en ben op jou …

Het viel de mensen op hoe gericht jij was op mij, hoe je mij altijd in de gaten hield, wij beiden weten dat wij van ver komen, dat wij elkaar al veel langer kennen dan de 20 maanden die wij dit keer bij elkaar mochten zijn.

Ik vergeet nooit meer de maart tocht van 2006. Hoe jij, als ik in mijn slaapzak kroop, naast mij ging liggen, onze hoofden naast elkaar.
En als ik uitgeteld naast je in slaap viel in Mi’trish en ik mijn ogen opende en jouw hoofd slapend naast mij vond.
En hoe jij aandachtig naar me keek als ik mij stond te douchen in de woestijn. En jij vervolgens vol overgave je neus in mijn pas gewassen haren duwde …
En hoe belangstellend je toekeek als ik de bonen uit je hooi viste.

Je bent heel plotseling gegaan, toen ik geen kant op kon om naar je toe te komen. De dag van jouw heengaan werd ik wakker en wist ik dat je niet beter zou worden en dat dat oke was … merkwaardig voelde ik mij.

Op het eind van die dag zag ik jou, groot en fier in de lucht …

Een half uur later belden ze mij op dat je was overleden …Die avond was je bij me en heb je me veel laten weten, lieve Aweida. Dat het goed is, dat je daar meer te doen hebt dan hier en nog veel meer heb je me laten weten lieve Aweida …

Toch, ik was verloren, ontredderd en gebroken, maar in mijn donkerste uur kwamen jij en Dalèl …en zorgden jullie er niet alleen voor dat het niet misging met mij, maar zorgden jullie er ook voor dat de ideeën eindelijk vorm kregen, alsof ik gedragen werd, alsof er iets in me opengebroken werd … en alles vloeide zo uit mijn pen …

En zo is Stichting Dalèl dankzij jullie een feit geworden

Je laatste plek is aangebouwd aan de plek van Dalèl, als symbool omdat jullie nu samen zijn, lieve Aweida. En ooit zien wij elkaar ook weer …

Aweida, je betekende niet alleen voor mij zo veel.
Voor Jamila betekende jij de wereld … jij was haar anker, zij hoefde jou maar te zien en alles was goed. Ik weet dat je waakt over Jamila en mij, net zoals Dalèl dat doet.

Mijn prachtige, wijze, bijzondere, krachtige en vreugdevolle Aweida … ik mis je, ik zal altijd met heel mijn hart van jou houden en jouw Liefde bij me dragen …

Je was zo’n Engel op Aarde

Reageren is niet mogelijk